Select Page

PaOp 19 juli 2014 is mijn vader overleden. Leverkanker. Het is heel snel gegaan allemaal. Zo’n week of 8 voor zijn overlijden ging hij naar de dokter met rug- en buikklachten. En anderhalve week voor zijn overlijden hoorden we pas de definitieve diagnose: leverkanker, uitgezaaid naar rug en bekken. We wisten toen al een week of twee wat er aan de hand was, maar met de definitieve diagnose en de boodschap dat er eigenlijk geen behandeling meer mogelijk was (laat staan genezing) brak er een hele moeilijke periode aan. Wennen aan de situatie, vast allerlei zaken regelen, zodat mijn vader zich daar niet druk over hoefde te maken, enz.
Intussen ging het heel snel achteruit met Pa. Pijn nam toe en hij werd steeds zwakker. En uiteindelijk is hij (gelukkig rustig, in zijn slaap) overleden. Zoveel sneller dan wij en de artsen dachten. Maar hij heeft in ieder geval geen pijn meer. We missen hem enorm en het gat dat is achtergebleven zullen we nooit meer kunnen vullen. Maar we zullen hem nooit vergeten. Zijn fratsen, zijn humor, zijn klagen, zijn steun, zijn liefde.
Op 26 juli is hij gecremeerd en heb ik (met veel moeite om mijn emoties onder controle te houden) onderstaande speech gehouden.

Pa, vandaag zou je jarig zijn. 76 zou je worden. Toch nog gefeliciteerd, dikke zoen en ik zal altijd van je blijven houden!

 

Zoals bekend mag worden verondersteld, zijn mijn vader en ik, sportmannen als we zijn, gezegend met een fantastisch, atletisch en afgetraind lichaam. Gebouwd voor de sport. En dat hebben we dan ook veel en vaak samen gedaan: niemand kon beter wielrennen, tennissen, voetballen, en formule-1 kijken op TV dan wij! Ik kan me dat nog wel herinneren: de grote sportwedstrijden werden altijd bekeken, en zoals in veel gezinnen was zondagavond studio sport avond. Maar we waren niet alleen sportief op de bank, we hebben ook daadwerkelijk onszelf in het zweet gewerkt. En dan bedoel ik niet het balletje trappen, of tennissen in de straat, nee, echte sport. Op vakantie tennisten we regelmatig, maar onze grootste prestatie was onze beklimming van een berg. Op de fiets.

We gingen op vakantie altijd met de caravan: mijn ouders en Esther in de caravan en in ik een tentje ernaast. Ik vond het geweldig en heb van al die vakanties genoten. Eén keer zijn we niet naar Frankrijk gegaan, maar naar Oostenrijk. Meteen ook de laatste keer: 3 weken op een camping in Karinthië, 2½ week regen. Tenminste, zo herinner ik het me. En daar, in Oostenrijk, kwam mijn vader met het geweldige plan om fietsen te huren, en als volleerd wielrenners een Oostenrijkse col te beklimmen. Ik had er niet echt veel zin in, maar wilde me niet laten kennen dus wij gingen fietsen. We hadden voor 2 dagen een fiets gehuurd en de dag voor de grote klim ben ik vast wat gaan rondrijden door het glooiende landschap. Daar kwam ik erachter dat het allemaal best meeviel, dat fietsen in de bergen. Sterker: ik was er best goed in. Dat afdalen kon ik direct als de beste. Alleen die heuveltjes op…. Dus ik waarschuwde mijn vader dat het best tegenviel en of hij zeker wist dat we de berg gingen beklimmen. Mijn vader was niet onder de indruk, dus de volgende dag gingen we op pad. Na een klein half uurtje komen we bij de berg aan die we hadden uitgekozen om tot de Ten Kroode berg te verklaren: hier gingen wij omhoog. En zo begon ons avontuur.
Oh, ik ben nog wat vergeten: er waren nog maar 2 fietsen beschikbaar in de verhuur. Een gammele racefiets (die had ik), en een halfgare damesfiets met half werkende remmen. Die was voor mijn vader. Ja, wij waren er klaar voor, zeker met dit materiaal. En daar gingen we. Na ca. 100m kwam de eerste haarspeld bocht al, die ik met veel pijn en moeite nam, om vervolgens na 50m af te stappen omdat de weg opengebroken was. Ik stop, wil wat tegen mijn vader zeggen, maar zag hem niet meer… Da’s raar, want we waren pas zo’n 150m onderweg. Dus ik terug naar de bocht en zie mijn vader aan komen lopen. Met de fiets in de hand. Hij had na 50 meter al moeten afstappen omdat het te steil was. Ik dacht: “nee he, daar gaat onze klim”, hij zei: “even inkomen, ik ga zo verder fietsen”. Ja. Tuurlijk Pa. Afijn, we lopen voorbij de wegopbreking en stappen weer op de fiets. Ik hou het nog een meter of 200-300 vol, Pa was na 30 meter al weer afgestapt. Let wel: we moesten zo’n 10km omhoog en we waren pas 200-300 meter onderweg. Voorzichtig stelde ik voor om om te draaien, maar Pa wist van geen wijken: we gaan verder. Nou, om een lang verhaal kort te houden: we zijn 10 slopende kilometers omhoog gelopen! Het duurde een eeuwigheid en werden door alles gepasseerd: auto’s, andere fietsers, slakken: alles passeerde ons. En na enige tijd zagen we dezelfde auto’s en fietsers, vaak toeterend of lachend, weer naar beneden komen. Wij kenden echter geen enkele schaamte, dus liepen stug door. En natuurlijk hadden we ons goed voorbereid op deze klim, dus we hadden niets te eten en geen enkele druppel vocht bij ons: allemaal bagage die je niet mee wil slepen naar boven…
Maar uiteindelijk kwamen we boven. Yes !! We hebben het gered! Wij, de volleerd wielrenners laten ons niet kisten door zo’n heuveltje! We zijn wel neergestort bij een cafeetje bovenop de berg en hebben per persoon ca 10 liter cola naar binnen gewerkt. En als we gedacht hadden dat het ergste nu voorbij was…. We moesten nog naar beneden. Dezelfde weg, want er was geen weg die langs de andere kant naar beneden ging. Ik vergeet die afdaling nooit meer: ik liet me redelijk snel naar beneden ‘vallen’, maar Pa had daar iets meer moeite mee. Had ik al gezegd dat de remmen van zijn fiets niet zo goed meer waren? Laat ik het zo zeggen: ik ben gewoon naar beneden gegaan in redelijk hoog tempo en stond aan de voet van de berg te wachten op Pa. Het duurde even, maar uiteindelijk hoorde ik halverwege de berg een enorm piepend geluid. De half-kapotte remmen van mijn vaders fiets. En vanaf dat moment hoorde ik Pa ook: vloekend en tierend kwam er een enorme berg kabaal al piepend naar beneden.
Wat heb ik gelachen! We waren kapot, maar hebben enorm genoten van dit avontuur. En tot op het laatst hebben we het over deze tocht gehad. En hebben we er altijd vreselijk om moeten lachen.

Tja, lachen. Mijn vader was iemand waarvan het leek of hij nooit serieus was. Altijd een grote mond, altijd iedereen in de maling nemen, grapjes maken, enz. En als hij eens een mop vertelde moest ‘ie zelf vaak het hardst lachen. En geintjes uithalen… We zijn een aantal jaren op vakantie geweest in Le Buc, een dorpje in de Dordogne. Met de caravan, dus er wordt gewoon op de camping gekookt. Maar heel af en toe gingen we eens uit eten. Zo ook die ene keer dat we in Le Buc zaten. Heerlijk gegeten in een leuk restaurantje en dat sloten we af met een net zo heerlijk dessert. Pa en ik hadden allebei ijs besteld en kregen een enorme beker ijs met slagroom. Pa neemt een hap, begon vies te kijken en zegt dat het ijs niet goed is. “Hoezo niet?”, vraag ik. “Ja, weet ik niet, het smaakt gewoon raar en ruikt vreemd.”. “Ruikt vreemd?”, vroeg ik me af en ruik aan mijn ijsje met slagroom. Niks bijzonders. Dus dat zeg ik ook. “Snap ik niks van, die van mij ruikt gewoon echt raar. Hier. Ruik maar eens…”, zegt hij tegen mij. Ik heb toen een belangrijke levensles geleerd: Nooit meer naar mijn vader luisteren. Dat wist ik toen kennelijk nog niet, want ik heb daadwerkelijk aan zijn ijsje met slagroom geroken. Laat ik het zo zeggen: De slagroom zit nu nog steeds onder mijn oksels! Daar kon hij dan nog uren, weken, maanden om lachen.

Hij hield überhaupt wel van dat soort grappen waar hij het jaren over kon hebben. Een goede vriend van me had een keer een cadeau gekocht voor mijn vader. Hij en mijn vader hadden het vaak over het levenslied en hoe geweldig Pa dat vond. Nou, hij vond het helemaal niks, maar speelde het heel overdreven mee. Dus wat kreeg hij op een moment van mijn vriend? Een singeltje van Roos, “De Wil van het Leven”. Als grap. En dat vond ‘ie geweldig. Dat vreselijke singeltje moest niet alleen meteen worden gedraaid, maar ook heel hard en 10 keer achter elkaar. Maar daar liet hij het niet bij. De eerstkomende verjaardag van mijn vriend had mijn vader het juiste cadeau uitgezocht. En hij had er al wekenlang de grootste lol over. Het grote moment kwam daar en mijn vriend pakte zijn cadeau uit: het singeltje van Roos, “De Wil van het Leven” !! Mijn vader pieste bijna in zijn broek van de lol. Nou, dat singeltje is in de jaren daarna regelmatig tussen die twee uitgewisseld en hij bleef er maar om lachen. Toen ik deze week door de platencollectie van mijn vader aan het zoeken was naar muziek voor nu, kwam ik het singeltje tegen. En ik wist het meteen: er is maar één rechtmatige eigenaar. Ik weet zeker dat Pa had gewild dat het singeltje nog een laatste keer werd teruggegeven. Had hij vreselijk om moeten lachen.
Dus, Stefan: deze is voor jou! Geniet ervan en geef het vooral niet meer terug!

De ‘running’ jokes vond Pa geweldig. De laatste jaren belde ik heel vaak met Pa, gewoon om even bij te praten, of omdat ik me verveelde in de file. En dan ging het steevast over de headlines van die week, die wereldkampioenen in een of andere vage sport die we er weer bij hadden en voetbal. Zijn club was Ajax, die van mij PSV. Dus dat was genoeg stof om elkaar de kast op te jagen. Die telefoongesprekken waren meestal dan ook niet de meest serieuze gesprekken.

Ja, alles ging gepaard met humor. Nou ja, misschien niet alles. Want wat veel mensen niet direct meekregen, was dat mijn vader ook iemand was die zeer begaan was met de mensen uit zijn omgeving. Natuurlijk begaan met zijn grote liefde, mijn moeder, en Esther en ik. Maar ook familie, vrienden en collega’s. Hij kon buitengewoon goed luisteren, (ja, ik weet, moeilijk te geloven) en wilde graag helpen. Dat gold ook richting zijn collega’s: hij had een aantal vertegenwoordigers voor hem werken en daar voelde hij zich ook echt verantwoordelijk voor. Als er iets was, in de persoonlijke sfeer, of een medisch iets, maakt niet uit wat het was: mijn vader stond klaar. Ook midden in de nacht. Ik heb dat altijd enorm mooi gevonden: iemand die schijnbaar helemaal niets serieus kan nemen, tegelijkertijd zo begaan en hulp-biedend is. Dat maakte hem denk ik ook heel erg geliefd. De afgelopen weken heeft hij, ongevraagd, van heel veel mensen kaartjes en brieven ontvangen om hem een hart onder de riem te steken. Oud-collega’s, kennissen, familie, zelfs vrienden van zijn kinderen. Iedereen wilde HEM deze keer steunen. En dat heeft hij ook enorm gewaardeerd.

En niet alleen mensen kregen zijn liefde. Ik heb mijn vader zelden zien huilen, maar toen hij zijn grote vriend, onze hond Clint, heeft moeten laten inslapen heb ik hem voor het eerst zien huilen. Verder nooit. Toch raar eigenlijk: iemand die zo begaan is met anderen, wilde zijn eigen emoties niet graag tonen. Gelukkig is dat de afgelopen weken veranderd en liet hij zijn gevoelens voor zijn vrouw en zijn kinderen ook middels woorden blijken. Nou, als er iets niet volgens de Ten Kroode traditie is, dan is het dat wel. Maar ik ben blij dat hij het gedaan heeft, want dat maakte het voor mij ook makkelijker om te vertellen hoeveel ik van hem hield. Nog nooit heb ik dat gezegd en hij ook niet: dat hoefde ook niet wat we wisten dit van elkaar. Maar dit was niet meer het moment om het voor ons te houden.

Tot op het laatste moment wilde hij de regie in handen houden, hoe vreselijk ziek hij ook was. Hij heeft heel veel gehuild de afgelopen paar weken. Hij wilde geen afscheid nemen van het leven, was daar nog lang niet klaar voor. Hij wist echter dat zijn afscheid veel sneller zou komen dat wij allemaal hadden gedacht. En maakte hij zich zorgen over zichzelf? Vast wel, maar toch vooral ook over ons. Over zijn kinderen, over zijn vrouw. Hij maakte zich zorgen of het allemaal wel goed zou komen als hij zou zijn overleden. En hoe vaak we ook zeiden dat hij zich daar niet ongerust over hoefde te maken, de zorg over ons bleef hij houden. Daarom ben ik ook heel blij dat we de afgelopen 2 weken alles, maar dan ook alles hebben kunnen doorspreken. Niet alleen de liefde voor elkaar, maar ook de praktische dingen waar hij zich zorgen over maakte: de bankzaken, verzekeringen, auto, enz. En hij maakte zich vooral zorgen of we wel alles volgens zijn werkwijze zouden voortzetten! Want meneer moest natuurlijk wel alles in de hand houden.
Ook zijn uitvaart heeft hij zelf mee kunnen regelen, dus als iemand klachten heeft over de uitvaart van mijn pa: Wij wassen onze handen in onschuld, moet je voor bij mijn vader zijn !

Ik kan hier waarschijnlijk nog dagen vertellen over alle zaken die ik me herinner over mijn vader. De geweldige jeugd die we hebben gehad, alle geintjes die hij uithaalde en de sterke verhalen dat hij en zijn collega’s weer eens een hotel zijn uitgezet omdat ze in de plantenbakken stonden te plassen. Alle vakanties en tripjes. De keren dat er thuis een feestje was en daarvoor de hele huiskamer leeg werd gehaald en werd vervangen door een bar, een tap, enz. De traditie waarin mijn vader en ik ieder jaar oliebollen bakten op oudejaarsdag. En dat die ballen zonder uitzondering zo hard waren als bakstenen. Maar wij vonden ze lekker. Als enigen. Over al die keren dat hij mij en Esther naar het volleybal en het handbal bracht: overal was hij bij. Over alle keren dat ik zijn advies nodig had. Enzovoorts. Er zijn duizenden verhalen. En dus ook duizenden herinneringen. En die zal ik voor altijd bij me houden.

Pa was nooit zo goed in afscheid nemen. Iedereen hier kan beamen dat als je hem uitnodigde voor een feestje of iets dergelijks, je de grootst mogelijk moeite had om hem je huis weer uit te krijgen. Als hij het naar zijn zin had, dan bleef hij ook hangen. Tja, Pa, dit is je laatste ‘feestje’ en we weten nu al met zijn allen dat je weer als laatste weg zult gaan. En dat past wel bij je.
En ik ben een zoon van mijn vader, dus ik kan ook geen afscheid nemen. Maar nu wil ik het helemaal niet. Pa, je weet dat ik afgelopen zaterdag nog lang bij je heb gezeten. We hebben ons laatste gesprek gevoerd. Dus je weet hoeveel wij van je houden. Hoe zielsveel ik van je hou. Hoe trots ik op je ben. Hoeveel ik je ga missen. Maar weet dat we elkaar straks wel weer tegenkomen. En dan gaan we gewoon verder waar we gebleven zijn: slap ouwehoeren en lachen om alle dagelijkse dingen. Maar ook genieten van elkaar. Daar gaan we later gewoon mee verder.

Ik wil geen afscheid nemen, dus dat doe ik niet. Daarom: Pa, ik hou van je, tot over een tijdje!

Pin It on Pinterest